Welke invloed heeft bewegen op leren?


Onze hersenen sturen onze bewegingen. Eenvoudige, grof- en fijnmotorische en complexe bewegingen: ze worden allemaal gecoördineerd door de hersenen. 

Zonder te pretenderen volledig te zijn kunnen we het volgende zeggen:
Uit steeds meer onderzoek blijkt dat bewegen een gunstige invloed heeft op de conditie van de hersenen. Bewegen zorgt er namelijk voor dat er nieuwe zenuwcellen worden aangemaakt. En bewegen stimuleert de groei van het aantal verbindingen tussen de cellen. Door herhaling van de beweging verstevigen deze verbindingen tot netwerken. 
Via deze verbindingen worden signalen doorgegeven tussen zintuigen en brein (over en weer). Naarmate er meer stevige verbindingen zijn tussen de zenuwcellen onderling verwerkt het brein alle signalen, dus de informatie, sneller. 

Aan de Rijksuniversiteit van Groningen* heeft een onderzoekster aangetoond dat beweging het vermogen van de hersenen om nieuwe cellen aan te maken, verhoogt.
Dat geldt met name voor de hippocampus, een hersengebied dat een belangrijke rol speelt bij leren en onthouden.
De onderzoekster vond verschillen in leren en geheugen tussen muizen die veel bewegen en muizen die dit niet doen. 
De actieve muizen konden veel beter iets nieuws aanleren en dat ook onthouden. Dit effect kwam met name naar voren als de muizen konden bewegen uit vrije wil; echter niet wanneer er sprake was van dwang of stress.
*zie: Ander onderzoek
                                                                                          
 

voor het rennen           na het rennen

Dit kan een duidelijk signaal voor de mens zijn: hoe meer beweging, hoe beter het leren. En ook: hoe minder spanning en stress, hoe beter.   


Bewegen en spelen = leren 

Vanaf onze geboorte zijn leren en bewegen met elkaar verbonden: we leren via beweging, tijdens spelen en ontdekken.

 


Tijdens het kruipen worden bij de baby de linker- en de rechterkant van het brein en van het lichaam aangezet om samen te werken. Hierbij begint de baby de drie dimensies te ervaren en te oefenen: links/rechts, boven/onder en voor/achter. 

De kruipfase is onmisbaar: hier wordt de basis gelegd voor latere leervaardigheden. 


Door te spelen verkent het jonge kind de drie-dimensionale wereld. Het kind ervaart zichzelf ten opzichte van de ruimte om zich heen, van anderen en van objecten.           

Dit drie-dimensionale bewustzijn is een voorbereiding op het twee-dimensionale bewustzijn wat bij het leren gevraagd wordt. Om bijvoorbeeld symbolen als letters en cijfers te herkennen is het noodzakelijk dat een kind eerst zijn eigen linker- en rechterkant kan onderscheiden. 

 


Met andere woorden: spel en beweging bevorderen de integratie tussen de drie dimensies (voor/achter, boven/onder, links/rechts) van lichaam en brein. Deze natuurlijke ontwikkeling bereiden de kleuter voor op het cognitieve leerproces. 

In het meest optimale geval zal de leerling zich vol vertrouwen en op een ontspannen manier kunnen ontwikkelen op school.
Maar helaas zijn er tal van oorzaken die zorgen voor blokkades in het leerproces zoals problemen met concentreren en coördineren. Oorzaken kunnen zijn: te vroeg moeten gaan werken op het platte vlak, spanning en stress, maar ook gebrek aan beweging. De leerling komt vast te zitten.
BrainGym-oefeningen bieden de mogelijkheid om weer in beweging te komen. 


 



Paul Dennison –de ontwikkelaar van BrainGym- zegt het als volgt: "Bewegen om te leren; leren door te bewegen”.